2024-006 – De klacht gaat over de behandeling van een claim op een rechtsbijstandsverzekering

Klaagster vindt dat aangeslotene bij de uitvoering van de verzochte rechtsbijstand niet te goeder trouw heeft gehandeld en haar steeds heeft tegengewerkt. Volgens klaagster heeft aangeslotene haar zaak doelbewust en zonder inhoudelijke argumentatie afgewezen. Zij is van mening dat aangeslotene geen oog had voor de door haar aangedragen (tegen)argumenten waarom haar zaak een redelijke kans van slagen had. De Tuchtraad oordeelt dat de adviezen die aangeslotene klaagster heeft gegeven over de haalbaarheid van haar zaak ver onder de maat waren. Deze vaststelling is evenwel onvoldoende om te kunnen concluderen dat bij aangeslotene sprake is van een stelselmatige ontmoedigingsstrategie, zoals klaagster aanvoert. De procedure bij aangeslotene is zo ingericht dat de mogelijkheid van de geschillenregeling openstaat indien een verzekerde zich niet kan vinden in het advies over de haalbaarheid van de zaak. Deze geschillenregeling maakt integraal deel uit van de procedure voor de behandeling van dossiers. De Tuchtraad is van oordeel dat aangeslotene het vertrouwen in de branche niet heeft geschaad, doordat zij klaagster heeft gewezen op het bestaan van de geschillenregeling, en aan die regeling desgevraagd actief uitvoering te geven, met voor klaagster gunstig resultaat.

To top