2022-005 – Klacht over het stellen van een voorwaarde aan klaagster waarin zij verklaart onherroepelijk af te zien van klachten of procedures tegen aangeslotene en over het onvoldoende rekenschap geven van de belangen van klaagster

Aangeslotene heeft op het verzoek van klaagster om toezending van processtukken (van een procedure waarin klaagster geen partij was) de voorwaarde gesteld dat klaagster onherroepelijk afziet van klachten of procedures tegen aangeslotene. Het stellen van deze voorwaarde acht de Tuchtraad onjuist, maar gelet op de toelichting van aangeslotene hierop niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Aangeslotene heeft daarnaast op een verzoek om dekking van klaagster onvoldoende blijk gegeven dat zij zich heeft afgevraagd wat de positie van klaagster in dat geschil was. Aangeslotene is daarbij zonder meer tot het oordeel gekomen dat, gelet op de zakelijke positie van klager, geen dekking bestond. De Tuchtraad acht het begrijpelijk dat klaagster hierdoor niet heeft ervaren dat aangeslotene zich voldoende rekenschap heeft gegeven van haar belangen. De overige klachtonderdeel hangen zozeer samen met de civielrechtelijke geschilpunten in het dossier dat de Tuchtraad daar geen oordeel over zal geven. De Tuchtraad heeft geoordeeld dat aangeslotene door haar handelen de goede naam van het verzekeringsbedrijf, het aanzien van en het vertrouwen in de bedrijfstak, niet heeft geschaad.

To top