Klager heeft in een half jaar tijd vijf schades aan zijn auto gemeld bij aangeslotene. Naar aanleiding van de laatste schade is bij aangeslotene het vermoeden ontstaan dat sprake was van een opzetaanrijding. Aangeslotene heeft de schade onderzocht en daarbij ook onderzoek naar de eerdere schades gedaan. De onderzoeksbevindingen brachten aangeslotene er onder meer toe de verzekeringen met klager te beëindigen en melding te doen van verzekeringsfraude in daarvoor bestemde, externe registers. Van aangeslotene wordt verwacht dat het onderdeel van haar werkwijze is dat het onderzoek van haar eigen experts met een kritische blik wordt beoordeeld. Aangeslotene had zich ervan moeten vergewissen of het onderzoek als basis kon dienen voor haar conclusie dat sprake was van fraude. Naar aanleiding van het vermoeden van fraude had zij klager in ieder geval in de gelegenheid moeten stellen te reageren, alvorens zij overging tot maatregelen. Aangeslotene heeft het onderscheid tussen een vermoeden van fraude en vastgestelde fraude miskend. Zij heeft naar het oordeel van de Tuchtraad tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De Tuchtraad legt aangeslotene de maatregel van een berisping op.