In de uitspraak 2016-004 gaf de Tuchtraad aan dat de discrepantie tussen datgene wat aangeslotene in haar schriftelijke stukken heeft vermeld en datgene wat namens haar ter zitting is verklaard, nader ambtshalve wordt onderzocht. Van ernstige schending van het tuchtrecht is sprake indien een aangeslotene in een procedure bij de Tuchtraad opzettelijk en met stelligheid onwaarheden verkondigt of wanneer met een ernstige mate van onzorgvuldigheid onjuiste informatie aan de Tuchtraad is voorgehouden. Zie uitspraak 2016-005.
Uit het onderzoek is gebleken dat de informatie die aangeslotene in de eerdere procedure aan de Tuchtraad heeft verschaft, op een niet ondergeschikt punt onjuist was. Aangeslotene is, hoewel ruim van tevoren kenbaar was wat in die eerdere zaak van haar werd verwacht, bij het informeren van de Tuchtraad met een ernstige mate van onzorgvuldigheid te werk gegaan. Dat levert een ernstige schending van het tuchtrecht op. Het is in het belang van een deugdelijke tuchtrechtspleging dat aangeslotenen de tuchtraad naar waarheid en volledig informeren. Dit vraagt om een hoge mate van zorgvuldigheid bij de informatievoorziening. Aangeslotene is hierin tekortgeschoten. De Tuchtraad concludeert dat aangeslotene onzorgvuldig is geweest in haar informatievoorziening aan de Tuchtraad, en wel in zodanige mate dat een advies om aangeslotene de maatregel van berisping op te leggen, geboden is. De Tuchtraad hecht grote waarde aan een zorgvuldige informatieverschaffing.