Voor zover de klacht betrekking heeft op de belangen van een niet nader gespecificeerde groep verzekerden, is klaagster in dit onderdeel van haar klacht niet-ontvankelijk. Aangeslotene heeft klaagster diffuus en tegenstrijdig voorgelicht over schorsing en beëindiging van de polis. Zij had klaagster er direct over moeten informeren dat schorsing van de dekking niet mogelijk was en dat de enige optie was de verzekering te beëindigen. De Tuchtraad is van oordeel dat de fout die aangeslotene heeft gemaakt niet van dien aard is dat haar een tuchtrechtelijk verwijt treft, mede omdat aangeslotene adequaat heeft gehandeld door de betrokken afdeling te informeren en opnieuw onder de aandacht te brengen dat het schorsen van dekking niet mogelijk is. 2017-008 Uitleg reglement Tuchtraad en vergoeding kosten van contra-expertise De Tuchtraad heeft in deze zaak uitleg gegeven aan het begrip ‘belanghebbende’ in het Reglement. Hij heeft ook een uitspraak gedaan over de vergoeding van de kosten van een eventuele contra-expertise. De klaagster in deze zaak staat in de regel enkele van de in de bijlage van het Reglement genoemde categorieën belanghebbenden terzijde. Aan de orde was de vraag of klaagster zich op deze basis ook zelf rechtstreeks tot de Tuchtraad kan wenden. De Tuchtraad heeft geoordeeld dat dit niet het geval is, nu klaagster geen bijstand verleent in een concrete klacht. De Tuchtraad heeft toch een inhoudelijke uitspraak gedaan over de klacht, die betrekking had op de kosten van contra-expertise. De verzekerde die een claim bij zijn verzekeraar indient, zal moeten stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft die onder de verzekering valt. De redelijke kosten voor het vaststellen van de schade komen ten laste van de verzekeraar. Als een verzekerde het oneens is met de vaststelling van (de omvang van) de schade door de expert van de verzekeraar, heeft hij het recht om de schade te laten vaststellen door een door hemzelf in te schakelen contra-expert. De verzekeraar dient de redelijke kosten van een contra-expertise te vergoeden op basis van de zogeheten dubbele redelijkheidstoets, naar analogie van artikel 6:96 BW: zowel het inschakelen van de contra-expert als het bedrag van de door deze expert in rekening gebrachte kosten moet redelijk zijn. Voor de vergoeding van deze kosten geldt dus geen maximum in deze zin dat een vergoeding niet hoger kan zijn dan het bedrag dat de verzekeraar aan de eigen expert heeft betaald. Anderzijds heeft de verzekerde evenmin recht op een ongelimiteerde vergoeding van expertisekosten. De Tuchtraad stelt vast dat aangeslotenen in hun huidige werkwijze op dit punt niet in strijd handelen met de wet of anderszins op een wijze die de goede naam van de branche schaadt.