De klacht betrof de wijze van schadeafhandeling door aangeslotene na een verkeersongeval van klaagster. Meer in het bijzonder gaat het om de wijze waarop aangeslotene is omgegaan met de klacht dat de schaderegelaar van (de rechtsvoorgangster van) aangeslotene in strijd met de waarheid heeft ontkend dat hij een bepaalde toezegging heeft gedaan. Klaagster verwijt aangeslotene dat zij geen onderzoek heeft ingesteld naar het handelen van de schaderegelaar en dat zij ten onrechte de schaderegelaar telkens heeft gesteund.
De Tuchtraad stelt vast dat de gang van zaken ongelukkig is geweest en dat het valt te betreuren dat het zo lang heeft geduurd voor de waarheid rond de gedane toezegging aan het licht kwam. Toen aangeslotene het dossier overnam wist zij echter niet en hoefde zij ook niet te weten dat de schaderegelaar kort daarvoor onvoorwaardelijk had toegezegd dat een bedrag van € 2.500,- zou worden overgemaakt aan (de advocaat van) klaagster in verband met te maken kosten voor medische expertise en een deel van de advocaatkosten. Dit vernam aangeslotene pas eind 2018 toen de schaderegelaar dit toegaf bij het tuchtcollege van het NIVRE. Vóór die tijd is aangeslotene (evenals de eerste aangeslotene) afgegaan op het verhaal van de schaderegelaar dat het om een voorwaardelijke toezegging ging. Dit heeft aangeslotene in redelijkheid mogen doen. Aangeslotene heeft vervolgens correct gehandeld door haar excuses aan te bieden en het toegezegde bedrag onmiddellijk te betalen nadat de waarheid boven tafel was gekomen. De handelwijze van aangeslotene kan niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar worden aangemerkt.